Als ik aanbel hoor ik ze al blaffen. In de huiskamer hangt een sfeer van verslagenheid en groot verdriet. De honden nestelen zich op hun favoriete plekje, ze zijn van slag sinds hun baasje er niet meer is.

Het gebeurt vaker dan we denken: een baasje dat met spoed wordt afgevoerd in een ambulance. De deur valt dicht, het huis blijft achter in een spannende stilte. Huisdieren voelen dat feilloos aan, hun zintuigen zijn scherp. Ze ruiken spanning, horen onrust, merken dat routines plots wegvallen. En dan, soms dagen later, komt het baasje terug. Niet lopend, niet pratend, maar in een kist.

Voor mensen is dat al nauwelijks te bevatten. Voor dieren is het anders, maar niet minder verdrietig. Zij begrijpen misschien niet wat dood is, maar ze voelen de verandering en het verdriet. Daarom verdienen ze de kans om afscheid te nemen.

De keren dat ik erbij geweest ben zie ik vaak hetzelfde. Eerst onrust: snuffelen, cirkelen, zacht piepen of miauwen. Dan stil staan, alsof ze de situatie opnemen. Vervolgens rust, een soort aanvaarding. Het is instinct, het is liefde, het is het vermogen van dieren om te voelen. Daarom is het zo belangrijk om ze die ruimte te geven. Laat ze bij de overledene komen. Laat ze ruiken, kijken, begrijpen op hun eigen manier. Dwing niets, maar wees aanwezig. Soms leggen ze een poot op de rand van de kist. Lopen ze weg of blijven ze zitten, minutenlang, alsof ze waken.

Afscheid nemen is niet alleen voor mensen. Het is een ritueel dat rust brengt, ook voor dieren. Door hen erbij te betrekken, erken je hun band met degene die er niet meer is. En misschien, heel misschien, helpt het ons zelf ook om een beetje zachter door dat eerste rauwe verdriet heen te gaan.

Andere artikelen